| Toverballen voor elk gemoed |
Ook wie maar een beetje depressief of hyperactief is, kan nu een pil krijgen.
Alles wat afwijkt, dreigt te worden gemedicaliseerd, waarschuwt de medisch historicus.
door Maarten Evenblij
De grens tussen ziek en gezond vervaagt. Deze conclusie van prof. dr. Toine Pieters
is niet nieuw. De medisch historicus, die verbonden is aan de Vrije Universiteit
Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen, waarschuwt echter voor een veronachtzaming
van die vervaging. Een analyse van recente introducties van medicijnen om de geest
te beïnvloeden nopen tot een open debat over de wenselijkheid van het ingrijpen
met geneesmiddelen in de psyche, meent hij.
Pieters komt tot die conclusie na een studie van Prozac (tegen depressie) en Ritalin
(tegen hyperactiviteit) die hij uitvoerde voor het Rathenau Instituut, ‘Ik heb geen
mening over de vraag of een toenemende beïnvloeding van ons gedrag wenselijk is
of niet. Ik constateer wel dat besluitvormers zich onvoldoende realiseren tot welke
consequenties de huidige ontwikkelingen kunnen leiden.’
Wie scenario’s voor de toekomst wil maken, moet het verleden bekijken, stelt Pieters.
Daaruit blijkt dat medische ontwikkelingen zich tot nu toe slecht hebben laten sturen.
Toen Prozac, het medicijn tegen depressie van Eli Lilly, in 1985 op de markt kwam,
was het een middel voor louter zeer zwaar depressieve patiënten. Mensen voor wie
geen uitweg was. Maar allengs werd de indicatiestelling verruimd. Ook personen met
mildere depressies en angst- en paniekstoornissen zouden er baat bij hebben. Nu
schrijven artsen Prozac en zijn broertjes en zusjes SSRI’s (Selective
Serotonine Reuptake Inhibitors) ook voor aan personen die ‘in een dipje’
zitten.
Een vergelijkbare weg volgde Ritalin. Aanvankelijk was het medicijn voorbehouden
aan alleen zeer moeilijke hyperactieve kinderen met ADHD (Attention
Deficit Hyperactivity Disorder). Pieters: ‘Nu krijgen ook gewoon drukke kinderen
het en wordt het zelfs gebruikt om de cognitieve prestaties te verbeteren. Studenten
slikken het om voor hun tentamens te kunnen slagen. Ritalin is er dus niet meer
alleen voor zieke kinderen, maar om de prestaties van gezonde mensen te verbeteren.’
Als we niets doen, zullen meer van dergelijke medicijnen Nederland overspoelen,
voorspelt Pieters. Het erectie verhogende Viagra is een ander voorbeeld. Dat heeft
het in sommige kringen zelfs tot party drug geschopt. Ook zijn er agressie onderdrukkende
middelen in ontwikkeling die nu nog bedoeld zijn voor mensen met een sterk antisociaal
gedrag, maar - de geschiedenis doortrekkend - ongetwijfeld ook voorgeschreven zullen
gaan worden om mildere gedragsafwijkingen bij te sturen in de richting van de norm.
‘Geweldig dat de kwaliteit van deze medicijnen zo is verbeterd en de bijwerkingen
zo gering zijn dat ze als een aspirientje genomen kunnen worden’, meent Pieters.
‘Maar wat zijn de consequenties van die laagdrempelige medicalisering van het gemoed?
We weten praktisch niet wat het langetermijneffect is van een chronisch gebruik
van Prozac, Ritalin of anti- agressiepillen. Wat doen ze bijvoorbeeld op de zich
ontwikkelende hersenen van kinderen? Bovendien heeft een aantal middelen verslavende
trekjes.’
Maar belangrijker is de vraag of we de psyche wel op zulke schaal willen kunnen
beïnvloeden, meent Pieters. Want dit zou kunnen leiden tot een samenleving waarin
‘gewoon’ niet meer genoeg is, variaties als afwijkend worden beschouwd en natuurlijke’
eigenschappen moeten worden verbeterd. ‘We sturen onherroepelijk in die richting.’
Een belangrijke motor daarachter zijn hoop en belofte. Hoop en belofte op een samenleving
zonder ziekte - overigens ooit ook gedaan bij de introductie van penicilline. Ze
worden geventileerd door wetenschappers die hun onderzoek gefinancierd moeten zien
te krijgen en door farmaceutische industrieën die hun pillen moe ten verkopen. Hoop
en belofte die vervolgens worden uitvergroot door de media. Patiënten zijn ook mondiger
geworden, hebben meer toe gang tot medische informatie en vragen om een bepaalde
behandeling. Soms eisen ze die zelfs.
Daarnaast werkt een toenemend gebruik van protocollen in de gezondheidszorg het
geven van pillen in de hand. De internationale standaard voor psychische aandoeningen
— de zogeheten DSM IV bijvoorbeeld — rubriceert symptomen tot aandoeningen die op
eenvoudige wijze gekoppeld kunnen worden aan een medicijn. Zo is er snel een pasklaar
antwoord.
Pieters: ‘Mede door de bezuinigingen in de zorg, waardoor artsen nog maar weinig
tijd hebben en verzekeraars via hun vergoeding een sterke invloed uitoefenen op
de behandeling, is een pil tegen een symptoom sneller voorgeschreven dan een gesprek
over of een behandeling van een onderliggende oorzaak,’ Terwijl de medische keuzemogelijkheden
zijn toegenomen, worden patiënten toch meer in een keurs lijf gedwongen.
‘Medicijnen kunnen uitstekend helpen om een vicieuze cirkel te doorbreken. Vervolgens
moet je echter wel via (psycho)therapie werken aan eventuele oorzaken en aan het
vergroten van iemands draagkracht.’
Ook in het onderwijs hebben bezuinigingen en een andere opvatting over de plaats
van ‘achterblijvertjes’ de druk op ouders verhoogd om ‘lastige’ kinderen rustig
te houden met pillen. Scholen voor ‘moeilijke kinderen’ zijn immers gedecimeerd
en druktemakers dienen zich nu koest te houden tussen de leerlingen van het gewone
onderwijs. En Ritalin gééft rust. Pieters:
‘Ik weet niet of dat op lange termijn goed is. Ritalin ontneemt kinderen de mogelijkheid
zich te oefenen in het oplossen van problemen.’
Pieters vindt het goed dat het taboe op psychische aandoeningen is doorbroken, maar
ziet als keerzijde daarvan dat alledaagse levensproblemen en ongemakken worden ‘gepsychiatriseerd’,
en waarvoor een pil vervolgens de oplossing is. ‘Het kan betekenen dat er meer eisen
aan werknemers gesteld zullen worden. Als je depressie, wellicht veroorzaakt door
stress, met een pil kunt verhelpen, hoef je immers niet thuis te blijven. En als
je straks, met behulp van genetische kennis, iemands stressbestendigheid kunt verhogen,
diens hoogtevrees kunt verminderen, diens uithoudingsvermogen kunt vergroten of
diens agressie kunt onderdrukken, creëer je ideale werknemers.’
Het is te gemakkelijk om de industrie de schuld te geven van het ‘toverballenparadijs’,
vindt Pieters. Hij ziet vooral de verregaande commercialisering van het wetenschappelijk
onderzoek aan universiteiten en ziekenhuizen en de bezuinigingen als boosdoener.
‘Doordat onderzoekers afhankelijk geworden zijn van industriële fondsen is de overtrokken
notie ontstaan dat alle ziekten, kwalen en ongemakken zijn op te lossen met medicijnen.’
Een artikel uit
van Broer Scholtens in de bijlage 'Gezond' van zaterdag 1 juni 2002. |
|
| |
|
|
| PRI nieuws |
De DVD Een kennismaking met PRI is via deze website te bestellen. Op deze DVD vindt u een komplete uitleg over PRI door Ingeborg Bosch, een interview, een oefening en ... >>> |
Zoek in PRI:
|
|