PSYCHOLOGE INGEBORG BOSCH OVER OMGAAN MET PIJN:
“Ons bewustzijn houdt ons telkens voor de gek”
Psychologe Ingeborg Bosch ontwikkelde een therapeutische
methode met als doel het heden te ervaren zonder de frustraties en neuroses die
men eerder heeft opgelopen. Veel uit het dagelijkse leven wordt volgens haar bepaald
door de echo van verdrongen, pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden.
Tekst Piet Winkelaar Foto's Leendert Jansen
U
noemt uw benadering of methode ‘Past Reality Integration’ (PRI). Wat houdt die werkwijze
in?
Het is een bewustzijnleer die je heel concreet en praktisch — zonder vage termen
of zweverig gedoe — leert om bewust te leven in het nu. PRI bestaat uit leren jezelf
te observeren zodat duidelijk wordt op welke momenten je het heden niet waarneemt
voor wat het is, maar de wereld ziet vanuit een vertekende waarneming. Vanuit die
vertekening, die rechtstreeks afkomstig is van pijnlijke en onze ontwikkeling bepalende
ervaringen uit onze jeugd, reageren we op de gebeurtenissen in het heden waardoor
een soort self fulfilling prophecy ontstaat. We creren op deze manier als het ware
precies datgene wat we proberen te vermijden en wat niet is. Anders gezegd: we denken
het heden waar te nemen, maar eigenlijk zien we vooral het verleden.
Past Reality Integration (PRI) omvat een specifiek stappenplan dat erop gericht
is iemand te bevrijden van de destructieve overlevingsmechanismen die hem gevangen
houden in een tevergeefs en onbewust gevecht met het verleden door die mechanismen
bloot te leggen en te voelen welke pijnlijke ervaringen erachter schuil gaan.
Waarin verschilt deze benadering van andere vormen van psychologie,
van andere therapien of methodieken?
Een fundamenteel verschil is dat PRI ons leert dat what you see is not what you
get. We denken dat onze gevoelens door het heden worden veroorzaakt, maar feitelijk
zijn het afweerreacties tegen gebeurtenissen die allang voorbij zijn. Kortom, ons
bewustzijn houdt ons telkens voor de gek. Het legt ons aan de lopende band in de
luren. Het belangrijkste gevolg is dat we denken dat de oorzaak en dus ook de oplossing
van onze problemen in het heden te vinden is. Dat is echter een grote illusie. Zelfs
met een andere partner, een andere baan, andere superieuren, medewerkers of een
ander huis en andere vrienden zullen we telkens dezelfde problemen blijven tegenkomen
en zullen dezelfde gevoelens ons blijven dwarszitten.
‘IDENTITEIT IN DE ZIN VAN “ZO BEN IK (NU EENMAAL)” IS EEN ILLUSIE’
In een van uw boeken schrijft u dat het wijdverspreide misbruik
van alcohol en drugs, het hoge gebruik van psychofarmaca en ook het snel kwaad worden
of gerriteerd raken gevolgen zijn van een onverwerkt verleden, van het ontkennen
of verdringen van vroegere pijn.
Ja,
dat gebeurt door een confrontatie met een symbool van die oude verdrongen pijn.
Dat symbool haalt de oude pijn naar boven, maar in plaats van die te voelen en vooral:
te weten dat die oud is en niet door iets in het heden wordt veroorzaakt, komt er
afweer boven bijvoorbeeld in de vorm van woede of irritatie. Iedere keer dat we
onszelf wijs maken dat boos zijn of gerriteerd raken een gezonde manier is om de
situatie aan te pakken, zijn we in werkelijkheid bezig onze ontkenning van de ware
oorzaak te versterken. En hoe groter die ontkenning, hoe meer schade we ons zelf
eigenlijk berokkenen. Het bedekt de ware gevoelens die zouden moeten worden toegelaten.
Dus het is niet noodzakelijk om die vroegere ervaringen te
onderkennen en een plaats te geven om die weer opnieuw te beleven, zoals bijvoorbeeld
de bekende psychiater Janov met zijn ‘primal pain’ stelt?
Ik geloof niet in het herbeleven van pijn, dat impliceert immers dat we hem al beleefd
hebben. We hebben de pijn juist moeten verdringen en deze pijn toelaten houdt dus
in dat we hem voor het eerst beleven. Wel denk ik dat het nodig is om te voelen
dat het toelaten van de pijn die we een leven lang bij ons dragen ons geen schade
toebrengt en om te gaan beseffen dat de pijn uit een ver verleden stamt. Dan wordt
die pijn — die erg groot is — minder bedreigend en kunnen we ook in het heden open
staan voor wat op ons pad komt.
Het verleden is een belangrijk deel van iemands identiteit.
Het lijkt me geen sinecure daar een deel van te willen veranderen. Je moet dan bijna
een deel van je identiteit inleveren.
Het verleden veranderen is niet alleen onmogelijk, het hoeft gelukkig ook niet meer
want het is voorbij en we hebben het overleefd. Wel is de angst ‘jezelf of ‘je identiteit’
te verliezen een angst die dikwijls wordt ervaren door mensen die aan het begin
van een PRI-proces staan. Dit soort gevoelens duidt op de angst die het toelaten
van omvangrijke oude gevoelens altijd met zich meebrengt:
‘ik verlies veel, mezelf, mijn zijn, mijn identiteit, mijn leven’, noem maar op.
Feitelijk gebeurt dit allemaal niet en is er ‘slechts’ sprake van een bevrijding,
een verlies van allerlei illusies met destructieve gevolgen voor ons dagelijks leven
waarin men gevangen zat zonder het te weten!
‘IK GELOOF NIET IN HET HERBELEVEN VAN PIJN’
Vanuit bepaalde vormen van boeddhisme gezien is de eigen identiteit
ook een illusie en ligt de oorzaak van veel lijden in het niet kunnen loslaten van
wat je meemaakt en van wat je bent. Begrijp ik het goed dat u hierop amendeert en
dat het in uw benadering niet over loslaten maar over toelaten gaat?

Identiteit in de zin van ‘zo ben ik (nu eenmaal)’ is ook in mijn ogen een illusie,
een vorm van afweer waarmee we ons hebben gedentificeerd om te overleven. ‘Loslaten’
van lijden daarentegen is in mijn ogen echter iets onmogelijks.
Een vogel kun je loslaten door de deur van zijn kooi open te zetten. Hij zal wegvliegen.
Oude verdrongen pijn daarentegen zit verankerd in ons lichaam en kan slechts toegelaten
worden: erkend en herkend worden. Wegvliegen zal ze niet. Maar dat is ook niet nodig.
Er is in principe genoeg plaats om onze persoonlijke geschiedenis — hoe pijnlijk
ook — in emotioneel onvervalste vorm bij ons te dragen. Dan zal ze precies dat zijn:
geschiedenis in plaats van een ongedefinieerde pijn waar we ons in het heden met
behulp van allerlei destructieve afweermechanismen tevergeefs tegen proberen te
verweren.
Kunnen we onze geschiedenis wel in onvervalste vorm bij ons
dragen? Is het niet zo dat onze persoonlijke geschiedenis voortdurend verandert,
dat die, zoals elke geschiedenis, telkens weer moet worden herschreven, omdat wanneer
het heden verandert ook het verleden in een ander daglicht komt te staan?
Dit is wellicht zo vanuit een filosofisch standpunt bezien. Daar zal ik geen uitspraak
over doen. Wat ik echter in de praktijk zie, is dat bewuste herinneringen — feiten
die men zich herinnert — sterk benvloedbaar en daardoor ook veranderbaar zijn.
Bijvoorbeeld dat met de tijd alles dat achter ons ligt mooier lijkt te worden: vroeger
was het allemaal veel beter. Dat is natuurlijk onzin. Het geeft goed aan hoe onbetrouwbaar
dit bewuste geheugen is — ook wel het expliciete geheugen genoemd. In PRI werken
we daar dan ook niet mee. We praten niet over het verleden, op die manier krijg
je immers alleen toegang tot dit onbetrouwbare expliciete geheugen,
‘BEWUSTE HERINNERINGEN ZIJN STERK BENVLOEDBAAR’
waar de verdrongen oude pijn bovendien niet terug te vinden is. Hier tegen over
staat het impliciete geheugen, het geheugen dat in mijn ervaring telkens weer feilloos
de emotionele waarheid vertelt van het kind dat we waren. Die emotionele waarheid
zit opgeslagen in ons lichaam en manifesteert zich gecodeerd in ons doen, denken
en voelen. PRI geeft mensen de sleutel om deze waarheid te decoderen en daarmee
toeloskomengang te krijgen tot dat wat in het impliciete geheugen ligt opgeslagen.
Dit kan vervolgens gexpliciteerd worden (toe laten en benoemen van wat verdrongen
was), waardoor de emotionele pijn en de afweer daartegen van het heden loskomen
en verbonden kunnen worden met hun werkelijke oorsprong — het verleden. Uiteindelijk
zullen we het heden dan kunnen beleven voor wat het werkelijk is: meestal verrassend
onbelast.
Hoe bent u tot die eigen benadering gekomen?
PRI is een directe afspiegeling van die benaderingen en filosofien die op mijn
ontwikkeling diepe sporen hebben achtergelaten. In chronologische volgorde:
Krishnamurti (vanaf mijn 15e), Oosterse filosofien, met name Zen-Boeddhisme, Taosme,
Advaita Vedanta, Behaviorisme (psychologie afstudeeronderzoek), Alice Miller, en
Jean Jenson/Primal therapie.
Ingeborg Bosch (1960) ontwikkelde, genspireerd
door de samenwerking met psychotherapeut Jean Jenson, een nieuwe
psychotherapie: Past Reality Integration (PRI). Over PRI schreef
zij ‘De herontdekking van het ware zelf’ (2000). Daar zijn intussen
acht drukken van verschenen. Haar tweede boek over PRI, ‘Illusies’,
is aan de zesde druk toe. Ingeborg Bosch is gezondheidszorgpsycholoog
en geeft individuele psychotherapie en groepstherapie. Sinds 2000
verzorgt zij ook een opleiding tot PRI therapeut voor beroepsbeoefenaren
in de geestelijke gezondheidszorg.
Een artikel uit het tijdschrift de HUMANIST 6 2005 |
|
| |
|