Na een zesjarige studie en enkele banen van korte of langere duur, begon ik een
aantal jaren geleden als adviseur bij een adviesbureau. Na ruim een jaar werd ik
teamleider en viel daardoor rechtstreeks onder de algemeen manager. Deze manager
was een emotioneel onevenwichtige man die mij met zijn geschreeuw en opvliegendheid
onbewust veel angst inboezemde. Vanuit deze onbewuste angst probeerde ik met al
mijn energie deze man in een rustiger vaarwater te krijgen en zijn humeur in goede
banen te leiden. Iets wat soms leek te werken maar uiteindelijk veranderde er niets.
Tijdens een korte vakantie begon ik me steeds onbehaaglijker te voelen. Het onbehagen
werd sterker en monde uit in diverse nare gevoelens die niet meer weggingen: angst
om weer naar mijn werk te moeten, het gevoel klem te zitten, geen kant meer uit
te kunnen, een sterk verlangen om weg te vluchten, in bed te kruipen en er nooit
meer uit te komen en daarbij de gedachte dat het leven geen zin meer heeft. Vanuit
deze gemoedstoestand melde ik me ziek en de conclusie van o.a. de arbo-arts was:
een burn-out. Ik was blij met deze conclusie want een burn-out is normaal en komt
wel vaker voor. Een kwestie van te hard werken en te perfectionistisch zijn. Niets
geks. Maar diep in mijn hart wist ik dat dit niet klopte. Ik kende deze nare gevoelens
al heel lang. Ze hadden me vaker dusdanig parten gespeeld dat ik me uit wanhoop
ziek had gemeld of zelfs ontslag had genomen.
Eenmaal in de ziektewet kreeg ik van een vriendin een boek van Alice Miller: “Het
drama van het begaafde kind”. Met enige weerstand nam ik het boek aan, vooral het
woordje “drama” riep bij mij weerstand op, maar de titel maakte me ook nieuwsgierig
en greep me op de een of andere manier aan. Ik las het boek in één ruk uit. En daarna
las ik het nog een aantal keren achter elkaar. Ik kon het niet geloven: dit ging
over mij! Hoe confronterend de inhoud ook was, ik voelde tegelijkertijd dat dit
klopte. Al die nare gevoelens en gedachten die zich om de zoveel tijd zo uitgesproken
manifesteerden, werden in dit boek verklaard middels een glasheldere theorie. Ik
was dus niet overgevoelig of depressief en het had niets met mijn persoonlijkheid
of genen te maken. Het had zelfs niets met mijn huidige werk en manager te maken.
Ik had deze gevoelens omdat ik me als 34 jarige vrouw onbewust nog steeds voelde
als een kwetsbaar en afhankelijk kind van 3. Ik leefde dus, zonder het in de gaten
te hebben, voor een groot deel in het verleden. Hoe was dat nou mogelijk? In het
boek van Alice Miller zat ook een kaartje dat verwees naar een ander boek dat deze
theorie op praktische wijze had uitgewerkt: “Op weg naar je ware zelf” van Jean
Jenson. Dit boek werd, samen met het boek van Alice Miller, de leidraad waarmee
ik mezelf weer op de rit kreeg en uit de ziektewet kwam. In het boek van Jean Jenson
stond ook de naam van een Nederlandse therapeute die dit in Nederland in de praktijk
bracht: Ingeborg Bosch. Toen ik een keer speelde met het idee om de therapie te
gaan volgen belde ik haar op. Maar de twee of drie vragen die ze me stelde riepen
bij mij ongemerkt zoveel weerstand op, dat ik direct na dat telefoongesprek dacht:
die heb ik dus niet nodig. Ik weet écht wel hoe het allemaal zit. Ik ben tenslotte
geen kneusje!
Nadat ik weer een paar maanden aan het werk was werd het adviesbureau plotseling
opgeheven door de holding en iedere medewerker werd ontslagen. Omdat ik niet wéér
thuis wilde zitten ging ik snel op zoek naar een andere baan en binnen 2 maanden
was ik aan de slag als IT-consultant. Dat was voor mij wel een cultuurshock en ik
moest enorm wennen aan het nieuwe bedrijf. Na ruim een half jaar werd ik, samen
met een collega, op een groot en belangrijk project gezet. Deze collega was in mijn
ogen een egoïstische man die geen rekening hield met mij. Het gevolg was dat de
oude gevoelens langzamerhand weer op begonnen te spelen. Alleen ging ik nu niet
meer over tot het behagen van deze collega maar gooide ik de knuppel in het hoenderhok:
er ontstond een fikse ruzie. Deze ruzie bracht echter geen opklaring. Ik voelde
wéér die enorme drang opkomen om weg te vluchten en herkende dit gevoel inmiddels
uit duizenden. Maar door het lezen en oefenen met bovengenoemde boeken bleef ik
nu voor het eerst bewust stilstaan bij deze nare gevoelens. Ik dacht: of ik ga gewoon
door en laat niets merken (maar ik wist inmiddels wel dat ik daar ik geen goede
ervaringen mee had) of ik raap de moed bij elkaar en ga aangeven dat ik begeleiding
nodig heb, omdat ik anders dreig in de ziektewet te raken. Ik koos uiteindelijk
voor de laatste optie. Het voelde als “nu of nooit”. Met schaamte en angst bracht
ik mijn situatie en wens ter sprake bij een bedrijfsarts. Zij gaf aan dat ze dit
wel moest voorleggen aan mijn manager. Dit vond ik heel eng: Wat zouden ze nu wel
niet van mij denken! Ze zullen me nu vast en zeker willen ontslaan! Het tegendeel
gebeurde: de manager vond mij helemaal geen slappeling en wilde me zeker niet kwijt.
Hij vond het juist krachtig dat ik dit had durven aangeven en ging zonder bezwaren
met mijn wens akkoord: een coachingstraject bij Ingeborg Bosch. Ik wist niet wat
me overkwam en voelde me zoals ik me zelden of nooit had gevoeld: gesteund.
Bij Ingeborg werd al snel duidelijk dat het “niet kunnen (= durven) voelen” en “net
doen alsof er niets aan de hand is” sterke overlevingsmechanismen (afweer) waren
die ik ongemerkt had meegenomen vanuit mijn kindertijd naar mijn volwassen leven.
Deze vormen van afweer diende als bescherming tegen oude pijnen die ik onbewust
niet meer wilde voelen en hielden mij onnodig strak in het gelid. Ingeborg vertelde
ook dat mensen, waarbij deze vormen van afweer de boventoon voeren, meestal niet
naar een therapeut of coach gaan. En daar kon ik me, na een paar sessies, alles
bij voorstellen. Waarom moest ik al die rotgevoelens toelaten? Ik wilde juist krachtig
en sterk zijn. Hoezo dacht zij mij te kunnen helpen? Ik hoef helemaal niet geholpen
te worden en wil zeker geen medelijden. Het is echt niet zo erg, hoor! Of denk je
soms dat ik de therapie niet snap? Maar naast al deze weerstanden wist ik ergens
dat ik mezelf uit angst voor de gek hield. Ook al hoorde ik dat soms pas dagen later
als ik het bandje, waarop ik de sessie had opgenomen, afluisterde.
Na verloop van tijd durfde ik steeds meer fysiek te gaan voelen en ik ervoer dat
zelfs het voelen van sterke, nare gevoelens geen kwaad kon. Toen ik na een paar
maanden zover was dat ik de eerder beschreven gevoelens volledig durfde toe te laten
in een regressieoefening en naar boven kon laten komen wat er te komen viel, merkte
ik voor het eerst waar al deze nare gevoelens werkelijk mee in verband stonden:
met de oude realiteit van mijn kindertijd. In eerste instantie voelde ik voornamelijk
angst. Deze kwam vooral voort uit hoe ik als klein kind mijn moeder had ervaren:
een onvoorspelbaar agressieve, veeleisende en humeurige vrouw waar je absoluut rekening
mee moest houden. Vanuit mijn kinderperspectief in deze regressie leek mijn moeder
een groot en boos dier, hoog boven mij, die mij met haar harde stem en bedreigingen
volledig verlamde. Een totaal andere ervaring dan dat je als volwassene op je jeugd
terugkijkt! Natuurlijk deed ik er alles aan om deze moeder, waar ik als kind afhankelijk
van was, in een rustiger vaarwater te krijgen. Haar humeur in goede banen te leiden
door heel lief en vrolijk te zijn, zodat het voor mij weer veilig werd. Ik was zo
bang om iets fout te doen. En als mijn inspanningen “lukten”, wat inhield dat mijn
moeder aardig en rustig was, dan was ik ook rustig en blij. Zo leerde ik mezelf
onbewust vele overlevingsmechanismen aan die destijds absoluut nodig waren om het
leven voor mij als kind dragelijk te maken.
Pas na het herhaaldelijk voelen van bovengenoemde angst, voelde ik ineens de daarachter
verborgen oude pijn. Dit grote brandende verdriet, diep in mijn hart, voelde nog
intenser dan de angst die ik gevoeld had bij de bedreigingen van mijn moeder. Het
was de grote pijn van het alleen gelaten worden als kind met je verdriet, geen hulp
krijgen, geen troostende stem en geen begrip. In tegendeel: ik had het volgens mijn
moeder aan mijzelf te danken, gezien de zinnen die mij spontaan weer te binnen schoten:
“Ik héb je gewaarschuwd!”, “Wat ben jij een rotkind!”, “Schiet op, ik wil je niet
meer zien!”. Ik voelde mij als kind dan zo alleen en wanhopig, vooral omdat ik niet
meer wist wat ik nu moest of kon doen. Deze laatste gevoelens kende ik ook uit het
heden: ze kwamen op bij momenten dat mijn beschermingsmechanismen niet meer voldeden
(o.a. foutloos willen presteren, altijd heel aardig zijn, veel praten en uitleggen,
altijd conflicten willen vermijden) en ik daardoor weer diezelfde wanhoop voelde
in het heden, maar niet begrijpend waarom. Op die momenten viel ik in een diep somber
gat met als gevolg dat ik weg wilde vluchten en daarbij de gedachte kreeg dat het
leven geen zin heeft omdat ik het toch nooit zal aankunnen.
Met name door bovengenoemde ervaringen kon ik uiteindelijk echt voelen dat alle
nare gevoelens die ik o.a. kreeg bij de opvliegende manager van het adviesbureau,
de “egoïstische” collega en het belangrijke project waar ik samen met hem op werd
gezet, niets te maken hadden met deze situaties en personen uit het heden. Het waren
slechts symbolen voor het verleden die de alarmbellen deden rinkelen, waardoor ik
mij automatisch en onbewust op diverse manieren voor oude pijnen ging beschermen.
Een zeer verlossend inzicht.
“Past Reality Integration” (PRI), de therapie die ontwikkeld is door Ingeborg Bosch,
leerde me dat mijn uiterst vermoeiende beschermingsmechanismen (afweer) écht niet
meer noodzakelijk waren voor mijn hedendaagse leven als volwassene. Simpelweg omdat
“het gevaar” al lang voorbij is en ik geen afhankelijk klein kind meer ben. Maar
hoe simpel dit gegeven ook is, het is en blijft een moeilijk proces om dit te leren
en werkelijk zo te ervaren. PRI is geen truc die je zomaar kunt toepassen om al
je emotionele problemen op te lossen (helaas pretenderen sommige therapieën en methoden
dit wel te kunnen bieden), het is een reëel proces dat blijvende resultaten geeft
maar wel tijd nodig heeft. Want ook al weet ik nu hoe afweer werkt en hoe fijn het
voelt hiervan bevrijd te zijn, ik moet nog steeds alert zijn op de aloude krachten
van deze overlevingsmechanismen die niet ineens en voor altijd verdwenen zijn. Daarbij
voel ik mij een nieuwkomer op het gebied van het voelen. Het échte voelen, dus fysiek.
Want hoe minder afweermechanismen, hoe meer ik voel. Maar inmiddels ben ik wel zover
dat vooral de minder aangename gevoelens geen angst meer veroorzaken. Ik kan en
durf ze nu toe te laten, ook al voel ik ze soms pas volledig na een uur of na een
paar dagen. En als het gevoelens betreft die te maken hebben met de oude realiteit,
probeer ik ze alsnog te koppelen aan de situatie of persoon uit het verleden waar
ze thuishoren. Dit laatste kost mij nog wel eens moeite maar ik kom wel telkens
een waardevolle stap verder. Elke stap heeft ook een blijvend resultaat, in de vorm
van een steeds groter wordend onbelast (volwassen) bewustzijn, waardoor het leven
veel lichter wordt. Iets dat ik al een aantal keren en voor steeds langer durende
perioden tot mijn grote verassing zo heb ervaren.
Ik heb PRI soms vervloekt en stond zelfs een keer op het punt om te stoppen met
deze, voor mijn gevoel, “onmogelijke en veeleisende” therapie. Nu, aan het einde
van mijn begeleidingstraject, kan ik oprecht zeggen dat ik ontzettend blij ben dat
ik heb doorgezet. De methode heb durven leren die me, door soms schrijnend eerlijk
te zijn, inmiddels al zoveel goeds heeft gebracht. Het is een pittige en confronterende
tocht om deze “methode van leven” te leren maar het is de moeite waard. En niet
alleen voor mezelf maar ook voor de mensen om me heen. Omdat ik positiever ben geworden,
meer durf te ondernemen, zuiverder kan zijn in mijn oordeel over mensen en zaken,
rustiger ben en niet meer zo veel eis. Ik voel nu werkelijk van binnen dat ik een
gewoon mens ben als ieder ander, met sterke en zwakke kanten en dat ik niet altijd
“de beste” of “speciaal” hoef te zijn. Goed presteren kan ik nog steeds, maar het
is niet meer per definitie een noodzakelijke inzet die ervoor moet zorgen dat ik
niet faal, uit angst voor de gevolgen die daaraan verbonden kunnen zijn.
Een paar jaar geleden had ik nooit verwacht dat het me nog eens zou gaan lukken:
leven. Ingeborg zei een keer: “Als je het heden werkelijk kunt waarnemen als een
volwassene, is het vaak verassend onbelast”. Die waarheid kan ik nu pas écht onderschrijven.
En vanuit mijn eigen ervaringen, wens ik iedereen deze waarheid van harte toe!
In verband met het onderzoeken van de
resultaten van PRI, zijn wij zeer geïnteresseerd in de
ervaringen van lezers die PRI geheel zelfstandig hebben kunnen
toepassen met een positief resultaat.
Je kunt je PRI resultaat invullen in het formulier
Resultaat PRI |
|
| |
|