Na tien jaar hard werken werd ik op 38-jarige leeftijd zwaar overspannen. Ik
had al jaren problemen met mijn manager, terwijl hij zich nergens van bewust was.
Ik voelde me niet gesteund door mijn collega’s en raakte steeds meer geïsoleerd.
Het was mijn derde baan, telkens was ik vertrokken omdat de baas me geen ruimte,
vertrouwen of erkenning gaf. Als student werd ik een jaar door een studentenpsycholoog
begeleid, omdat ik na een conflict met mijn hoogleraar moeite had met studeren.
Ik stapte na een jaar begeleiding over naar de Riagg en studeerde toch af. Een jaar
psychotherapie bij de Riagg verhevigde mijn reeds aanwezige allergie voor psychotherapie.
Ik werd in een groep van knotsgekke mensen geplaatst, die het veel moeilijker had
dan ik (vond ik) en zich in het dagelijks leven niet staande kon houden. Ik was
inmiddels bezig met een peperdure omscholing en met succes door de selectie gekomen.
Herhaaldelijk werd ik door hulpverleners erop gewezen dat mijn emotionele toestand
te maken kon hebben met een tweede generatie oorlogsproblematiek, concreter met
mijn gezinsachtergrond. Het haalde niets uit, met mij was immers niets aan de hand.
Ik wist wel dat ik geen normale opvoeding had gehad, maar ik was ervan overtuigd
dat die geen nare invloed op mijn ontwikkeling had. Er waren zoveel mensen die het
thuis veel slechter hadden gehad dan ik. Bijna veertig jaar was ik bezig om geen
slachtoffer te worden, zoals mijn ouders. Ik koos ervoor om me overal doorheen te
slaan, ik was sterk en ik kon bereiken wat ik wilde.
Toen ik vastliep, kwam ik, zonder dat ik me daarvan bewust was, voor de moeilijke
beslissing te staan om te erkennen dat ik het slachtoffer van mijn ouders was geworden.
Daartegen had ik bijna veertig jaar gevochten.
Ik voerde zeker tien goede gesprekken met de bedrijfspsycholoog. Hij constateerde
dat ik moeite had om mijn gevoelens te uiten. Omdat ik niet weer psychotherapie
wilde, stuurde hij me naar een natuurgeneeskundige. Deze genezer gaf me een behandeling
en medicijnen om het teveel van emoties los te maken en op te lossen. Ik ging me
een stuk beter voelen. Ook hij was geen voorstander van psychotherapie.
Ik zat inmiddels vijf maanden overspannen thuis toen ik in de boekhandel Jean Jensons
boek Op zoek naar je ware zelf kocht. Ik nam het mee met vakantie en voor het eerst
kon ik de relatie tussen mijn huidige problemen en mijn achtergrond leggen. Via
de uitgever kreeg ik het adres van de PRI- therapeute die een bijdrage aan Op zoek
naar je ware zelf had geleverd. Enkele maanden later begon ik aan de PRI- therapie.
Van mijn vroege jeugd herinnerde ik mij nauwelijks iets. Mijn ouders hadden in de
Tweede Wereldoorlog in een Japans concentratiekamp gezeten. Vooral mijn moeder had
deze periode in haar leven niet goed verwerkt. Na de oorlog gingen haar ouders uit
elkaar en kwam zij met haar moeder naar Nederland. Zij heeft als jonge vrouw voor
haar moeder en haarzelf de kost moeten verdienen. Ze was altijd ziek, snel boos,
sloeg dagelijks en gaf mijn broertje en mij geen warmte of bescherming. Ze was erg
dominant. Wat we ook deden, het was nooit goed (genoeg). Het huwelijk van mijn ouders
was slecht. Ze pasten absoluut niet bij elkaar en hadden heel verschillende interesses.
Mijn moeder schold mijn vader voortdurend uit, onder andere omdat hij geen carrière
maakte. Mijn vader vluchtte voor mijn moeder door buitenshuis maatschappelijk actief
te worden, hij was bijna nooit thuis. Volwassenen legden op mij als oudste de druk
om goed voor mijn moeder te zorgen. Vanaf de lagerschoolleeftijd vocht ik tegen
de onderdrukking van mijn moeder. Ik had enorme driftbuien als ze me onterecht sloeg
of onrechtvaardig behandelde. Onder het eten hadden de grootste ruzies plaats en
menigmaal ging ik zonder eten naar bed. Mijn kamer was een toevluchtsoord en ik
ging veel naar vriendinnetjes. Ik nam zo min mogelijk vriendjes en vriendinnetjes
mee naar huis, ze waren niet welkom. Ik ging op mijn negentiende het huis uit om
te studeren. Ik bleef met mijn ouders contact houden. Met mijn vader heb ik alsnog
een redelijke relatie kunnen opbouwen. Na zijn overlijden ging mijn moeder me meer
opeisen en raakte ik in de problemen op mijn werk.
Toen ik onder begeleiding van de PRI- therapeute in regressies aan mijn herinneringen
ging werken, kwam de lelijke waarheid snel naar boven. Het was schokkend om te ontdekken
dat ik als kind geen veilige basis heb gehad. Hoeveel angst zich achter de mooi
opgepoetste façade had opgehoopt. Hoe de verpletterende aanwezigheid van mijn moeder
door mijn kindbewustzijn werd vervormd tot claustrofobische klachten, waardoor ik
moeite had met treinen in de spits en niet kon slapen zonder open raam. Hoe mijn
kinderbehoefte aan erkenning en waardering een workaholic van me heeft gemaakt.
Waarom ik andere mensen niet echt vertrouw: niemand greep immers in toen ik als
klein meisje door mijn moeder geterroriseerd werd. Waarom ik zo verschrikkelijk
kwaad werd als mijn grenzen voor de zoveelste keer waren overschreden, terwijl ik
de eerste honderd keer niet wist hoe ik voor mezelf moest opkomen. Hoe eenzaam ik
me voelde als ik weer alleen een prijs of diploma moest ophalen, geen ouders in
de zaal, zoals bij andere kinderen, vrienden, studiegenoten of collega’s. Dat ik
mijn enorme angst omzette in dwangmatig netjes ordenen van mijn leefomgeving. Het
valt niet mee om te ontdekken hoeveel van je gedrag wordt bepaald door de onderliggende
angst en eenzaamheid van je kindbewustzijn.
Door de PRI- therapie ben ik compleet geworden en draag nu het gevoel van de totale
verlorenheid van het kind bij mij. Het weegt nog zwaar. Ik zal tijd nodig hebben
dit gevoel rustig te verwerken. Ik ben er dus nog niet, ik kom nog geregeld symbolen
tegen. Door de therapiesessies herken ik nu de symbolische situaties. Ik blijf het
moeilijk vinden om in het onderliggende gevoel te duiken als ik me bewust word dat
er iets aan de hand is. Om te zien dat het niet met hier en nu heeft te maken. Mijn
strategie was om niet te voelen, altijd maar door te bijten. Het verwerken van het
grote verdriet in mijn kindertijd, vindt bij mij eerder spontaan, niet geregisseerd,
plaats. Het wordt vaak opgewekt door dingen die ik op tv ‘zie’ of als ik iets lees.
Heftige gevoelens komen boven als er in een verhaal, echt of niet, een klein kind
in de steek wordt gelaten of liefdeloos behandeld. Dat is dan mijn verhaal dat als
een enorme schokgolf van gevoelens komt bovendrijven. Het gaat door mijn hele lichaam
naar beneden, terug omhoog en perst zich vervolgens door mijn ogen naar buiten.
Mijn proces gaat misschien niet volgens het boekje, maar het helpt me hoe dan ook
vooruit. Ik zoek nog naar een manier om mijn gevoelens over mijn jeugd verder in
vorm te geven, misschien wel tekenen of schrijven.
Voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel dat ik beslissingen neem die ik zelf
wil nemen. Ik wil bijvoorbeeld geen geslaagde manager meer zijn, maar veel meer
inhoudelijk werk doen. Status en maatschappelijke waardering waren een manier om
erkenning te zoeken. Ik heb een nieuwe functie die perfect aansluit bij wat ik graag
wil doen. Ik was altijd al goed in het leggen van contacten met andere mensen, maar
zij vertrouwden op mij, ik niet op hen. Mijn contacten met anderen leveren nu meer
energie en inspiratie op, omdat er een echte verbinding tot stand komt. Mijn behoefte
om tot in de kleinste details controle op mijn leefomgeving uit te oefenen, is een
stuk minder geworden. Ik blijf netjes, maar ga niet meer dwangmatig opruimen en
ordenen. Mijn vriend heeft alle veranderingen goed doorstaan en kiest ervoor om
zelf ook, weliswaar op een andere manier, met oude pijn uit het verleden af te rekenen.
Hij wordt minder afstandelijk, ik word niet meer zo gauw boos op hem. Er zijn geen
onmogelijke verwachtingen meer waaraan hij moet voldoen.
Het was een moeilijke beslissing om met deze therapie te beginnen. Mijn verdedigingsmechanisme
was immers niets voelen, altijd doorgaan en controle houden op wat er gebeurt. De
gedachte om de controle over mijn gevoelens te moeten loslaten, was voldoende om
de afspraken met de therapeut soms even erg te vinden als bijvoorbeeld een zenuwbehandeling
bij de tandarts: je weet dat het goed voor je is, maar het gaat pijn doen.
Toen ik aan dit proces begon, was ik enorm bang om de controle kwijt te raken en
overspoeld te worden door negatieve gevoelens, bang dat ik gek zou worden. Als ik
achteraf terugkijk op de PRI therapie, kan ik het zo samenvatten: juist door te
leren mijn (oude) gevoelens te herkennen en toe te laten in mijn dagelijkse leven,
kan ik mijn persoonlijke ontwikkeling de ruimte geven, waarbij controle over mezelf
en mijn omgeving geen item meer is.
In verband met het onderzoeken van de
resultaten van PRI, zijn wij zeer geïnteresseerd in de
ervaringen van lezers die PRI geheel zelfstandig hebben kunnen
toepassen met een positief resultaat.
Je kunt je PRI resultaat invullen in het formulier
Resultaat PRI |
|
| |
|