De therapie ‘op weg naar je ware zelf ’ was niet de eerste die ik onderging.
Een jaar of drie daarvoor was ik vastgelopen in mijn werk. Ik kon niet meer. De
diagnose was dat ik overspannen was door mijn drukke werkzaamheden. Ik ging in gedragstherapie.
Kenmerkend voor mij was dat ik mijn gedrag constant afstemde op anderen in mijn
omgeving, op wat zij van mij verwachtten. Daardoor werd ik een speelbal van mijn
omgeving, wat leidde tot overspannenheid. Op grond van deze analyse ging ik met
mijn toenmalige gedragstherapeut aan slag. Ik leerde in de therapie hoe ik mijn
gedrag in praktische zin moest aanpassen, zodanig dat ik niet langer zou afstemmen
op anderen. Het ging snel beter. De resultaten waren zo goed dat ik in overleg met
mijn therapeut besloot de therapie na een half jaar te beëindigen.
Een jaar hierna kwamen de oude klachten echter geleidelijk terug. De veranderingen
die ik in mijn gedrag had aangebracht, begonnen langzaam te slijten en ik verviel
steeds vaker in oude fouten. Somber gestemd vroeg ik mij af waarom ik mij zo slecht
ging voelen. Mijn conclusie was dat het waarschijnlijk gewoon met mijn persoonlijkheid
te maken had. Ik was nu eenmaal een gevoelsmens met een groot inlevingsvermogen
in gedachten en situaties van anderen. Ik overtuigde mijzelf ervan dat afstemmingsgedrag
paste bij zo’n persoonlijkheid en karakter. Ik vond dat ik het moest accepteren.
Dat ik mij daarbij van tijd tot tijd zeer onprettig voelde, moest ik op de koop
toenemen.
De innerlijke drang tot afstemmen op anderen won het van de uiterlijke veranderingen
die ik kort daarvoor in mijn gedrag had aangebracht. En hoewel deze gedragsveranderingen
mij in die korte periode een rustig, prettig en zeker gevoel gaven, was er diep
binnen in mij kennelijk iets dat sterker was, ‘iets’ dat mij ertoe dwong om mijn
gedrag af te stemmen op anderen.
Gaandeweg werd mijn omgeving weer allesoverheersend en ik steeds kleiner. De onprettige
gevoelens ontwikkelden zich tot heftige en onverwacht optredende angstgevoelens
die ik niet kon verklaren en geen plaats kon geven. Er waren talloze nachten waarin
ik niet sliep en uitsluitend piekerde over de oorzaak van mijn problemen. Hoewel
ik een goede baan had, vond ik mijzelf niets waard. Ik zocht de oorzaken van mijn
negatieve gevoelens uitsluitend in het heden: mijn huwelijk, mijn baan, mijn vrienden
enzovoort. Ergens in mijn leven moest iets grondig mis zijn gegaan als ik me zo
ellendig voelde...
Het gebrek aan nachtrust brak mij uiteindelijk op. Ik kon niet meer. De enige oplossing
die ik zag was mijn huwelijk op te geven en te stoppen met mijn baan, omdat ik ervan
overtuigd was dat zij de oorzaak waren van mijn negatieve gevoelens.
Ik zocht desalniettemin hulp. De eerstelijnspsycholoog die mij ontving concludeerde
dat doorverwijzing noodzakelijk was, omdat mijn probleem volgens haar te groot was
en te diep zat. Ik vond dat eigenlijk onzin. Ik mankeerde toch niets, het lag aan
mijn omgeving.
Zij bracht meteen het boek Op weg naar je ware zelf onder mijn aandacht. Ik las
het boek vlot door. Het sprak mij aan. Uit het boek begreep ik dat de PRI-therapie
problemen van personen met wortel en al aanpakt en oplost. Dat sprak mij zeer aan
en motiveerde mij om met deze therapie te starten.
Voordat ik aan de therapie begon, was ik ervan overtuigd dat ik een gelukkige jeugd
had gehad. Ik keek er in ieder geval gelukkig op terug. Er waren goede herinneringen.
Ik kon goed voetballen en oogstte daarmee veel waardering. Ik deed tal van andere
sporten en voelde mij fysiek zeer goed in die periode. Ik was veel op straat om
met andere kinderen te spelen en had veel vriendjes. Voor het overige kon ik het
geluk in mijn jeugd niet goed benoemen. Omdat ik me in mijn jeugd fysiek goed had
gevoeld, concludeerde ik dat ik toen dus ook gelukkig geweest was.
In de therapie kwamen de antwoorden naar boven in regressies. Dat was nieuw voor
mij. In mijn eerdere therapie was ik gewend dat de therapeut mij de ‘antwoorden’
aanreikte op basis van zijn analyse en interpretaties. In de PRI-therapie geef je
jouw antwoorden op de problemen grotendeels zelf.
In de eerste gesprekken kwam ik tot mijn verbijstering tot de conclusie dat mijn
jeugd zeer ongelukkig is geweest. Vooral de herinnering aan de hooglopende ruzies
die mijn ouders vrijwel dagelijks hadden, kwamen in volle omvang naar boven. Deze
ruzies waren voor mij als kind zeer bedreigend geweest. Deze situatie was een ondraaglijke
realiteit geweest die ik diep had weggestopt.
Ik leerde pas in de therapie dat ik deze ervaringen nooit had verwerkt. Ik kwam
tot het inzicht dat ik mijzelf als kind zag als de oorzaak van de ruzies (de primaire
afweer). Het lag aan mij, ik was niet goed genoeg. Ik moest het beter doen. Daarvoor
ben ik als kind mijn gedrag intensief gaan afstemmen op het gedrag van mijn ouders,
met de (valse) hoop dat ik daarmee ruzies tussen hen kon voorkomen. Dat lukte soms,
althans in mijn ogen. Dit versterkte de hoop. Vaak echter ging het mis. Ik had dan
het gevoel gefaald te hebben. Door te hopen dat ik via afstemming ruzies kon voorkomen,
beschermde ik mezelf tegen de waarheid. De valse hoop hield de waarheid tegen dat
mijn ouders kennelijk niet van elkaar hielden en mij geen liefdevolle omgeving zonder
dreiging konden geven om veilig op te groeien
In de therapie moest ik bovendien erkennen dat ik nauwelijks contact met mijn vader
had gehad. Hij liet mij links liggen. Ik had getracht hem te bereiken, zonder succes.
Ik was erg boos op hem geworden. Ik vermeed ieder contact met hem en ontleende daaraan
een gevoel van macht. In de therapie leerde ik dat dit een valse macht is. Vals
omdat deze opstelling een ontkenning inhield van mijn behoefte aan een liefdevolle
relatie met mijn vader.
Ik vond het heel moeilijk om te accepteren dat het vroeger allemaal zo erg was geweest.
Ik verzette mij lang tegen deze realiteit, omdat ik hiermee het faillissement over
mijn eigen jeugd uitsprak.
Cognitief begreep ik de processen tamelijk snel. Het afstemmen van mijn gedrag op
anderen kwam kennelijk voort uit mijn jeugd. Het slechte gevoel over mijzelf was
een manier om mezelf te beschermen tegen de pijnlijke oude realiteit. Mijn werk
en mijn huwelijk waren ‘slechts’ symbolen die mij in het kindbewustzijn van toen
brachten, met alle gevolgen van dien.
Het ging met mij door deze inzichten meteen een stuk beter. Ik had eindelijk antwoord
op vragen waarmee ik al jaren rondliep. Ik ontleende hieraan steun en troost. Voor
mij was het goed zo. Ik wist nu hoe het zat. Ik ging er zelfs van uit dat de therapie
zo goed als afgerond was.
De rationele acceptatie dat het vroeger erg was geweest, bleek snel onvoldoende.
Ik moest in volle omvang voelen wat er vroeger was gebeurd. Ik had grote moeite
om te voelen hoe erg het was geweest en hoe groot mijn angsten destijds waren. De
ontkenning van deze gevoelens vierde bij mij de boventoon. Ik vergoelijkte veel
negatieve ervaringen van vroeger. Ik bleef veel gevoelens aan het heden koppelen
en kon lange tijd onvoldoende verbinding maken met het verleden.
Om het gevoel van nu te verbinden met ervaringen uit mijn jeugd ontwikkelde ik uiteindelijk
een methode die iets anders is dan de gebruikelijke PRI-aanpak.
Voor de therapie duwde ik -- tevergeefs -- nare gevoelens van mij af. Zoals gebruikelijk
bij PRI, trok ik het nare gevoel echter juist naar mij toe. Als ik mij thuis of
op mijn werk onprettig voelde, probeerde ik de nare gevoelens uit te vergroten en
te versterken. Daartoe concentreerde ik me op de symbolen van het heden. Als ik
voelde dat het nare gevoel nauwelijks nog sterker kon worden, zocht ik de juiste
herinnering uit het verleden erbij. Zo’n herinnering was bijvoorbeeld een ruzie
van mijn ouders aan tafel. Vervolgens concentreerde ik mijn gedachten weer op het
nare gevoel dat ik nu had, om mij daarna weer te concentreren op de situatie die
ik uit mijn herinnering aan vroeger ophaalde. Ik begon het nare gevoel en de gedachte
aan vroeger steeds sneller af te wisselen. Dan weer concentreerde ik mij op het
ene, dan weer op het andere. Na verloop van tijd flitsten mijn gedachten heen en
weer. De herinnering aan de situatie van vroeger en het nare gevoel van nu versmolten
tot een eenheid. Dit ging in uitzonderlijke gevallen gepaard met extreme gevoelens
van angst. Deze gevoelens waren zo bedreigend dat ik ze zonder de begeleiding van
een therapeute nooit had durven voelen. Mijn therapeute verzekerde mij dat er niets
kon gebeuren. Dat bleek ook zo. In zulke sessies -- die ik bijvoorbeeld thuis deed
-- zakte ik in een sessie op enig moment door de angst heen. De angst bereikte daarbij
een hoogtepunt en verdween daarna betrekkelijk snel. Dit gebeurde nadat heden en
verleden tot een eenheid werden.
Ik gebruik deze methode nog steeds. De heftige angstgevoelens heb ik inmiddels niet
meer, maar er zijn wel momenten dat ik mij opeens wat ‘ongemakkelijk’ ga voelen.
Voor mij is dat het signaal dat kennelijk een symbool op mij inwerkt dat een gevoel
van vroeger oproept. Op zulke momenten herhaal ik de oefening zoals hiervoor beschreven.
Iedere keer dat ik dit doe, is een stap in mijn proces van persoonlijke groei en
ontwikkeling. Ik zie dit als een doorlopend proces. Telkens als ik een oud gevoel
traceer, ga ik ermee aan de slag. Na een of enkele oefeningen ben ik het nare gevoel
de baas en verdwijnt het. Zelden komt het terug.
Ik ervaar, zoals gezegd, de therapie als een proces van persoonlijke groei en ontwikkeling.
Het groeiproces heeft mij als mens veranderd. Ik was voor ik aan de therapie begon
een innerlijk zeer onzeker, angstig levend mens. Steeds was ik bezig deze onzekerheid
te maskeren. Ik was constant op mijn omgeving gefocust en bestond als individu niet
of nauwelijks.
Door de therapie ben ik veranderd. Ik ben veel rustiger geworden, de paniekaanvallen
zijn weg. Ik heb veel meer zelfvertrouwen in de zin dat ik steeds meer vertrouw
op mezelf bij wat ik voel, denk of wil. Ik laat mijn omgeving met rust en concentreer
me op mijn eigen gevoel. Zaken die ik vroeger najaagde, zoals het willen beheersen
van mijn omgeving, het zoeken naar aandacht en warmte van mensen, aardig gevonden
willen worden enzovoort zijn niet meer belangrijk, althans ik ben er niet meer afhankelijk
van zoals voorheen.
De veranderingen gaan niet ongemerkt aan mijn omgeving voorbij. Kennelijk hebben
anderen de veranderingen -- deels bewust en deels onbewust -- waargenomen en zijn
anders op mij gaan reageren Het opmerkelijke is dat ik in vergelijking met vroeger
van mijn omgeving veel meer aandacht, warmte, erkenning en waardering krijg. Naast
de waardevolle ervaring van innerlijke rust, voortvloeiend uit zelfvertrouwen, is
dit voor mij een enorme stimulans om het proces van persoonlijke groei voort te
zetten.
In verband met het onderzoeken van de
resultaten van PRI, zijn wij zeer geïnteresseerd in de
ervaringen van lezers die PRI geheel zelfstandig hebben kunnen
toepassen met een positief resultaat.
Je kunt je PRI resultaat invullen in het formulier
Resultaat PRI |
|
| |
|